Op 19 mei 1902 werd Cuba onafhankelijk nadat het 3 jaar bij de Verenigde Staten had gehoord. Dik 60 jaar later bood Cuba weer verzet, nu tegen de Beatlemania die de wereld veroverde. Fidel Castro kondigde in 1964 een nationaal verbod aan op de muziek van de Beatles, omdat de ‘fab four’ het toonbeeld zouden zijn van vulgaire consumentencultuur. Nog 4 decennia later onthulde Castro een bronzen standbeeld van John Lennon in een park in Havana, waarbij hij verklaarde: “Ik ben ook een dromer.” Nu was Lennon in Castro’s ogen niet langer een symbool van het decadente Westen, maar een revolutionair die zich inzette voor de emancipatie van de arbeidersklasse.